Twee jonge vrouwen met totaal verschillende achtergronden. Renée groeide op in Valkenswaard, Sevin vluchtte uit Syrië. Via woningcorporatie Trudo werden ze aan elkaar gekoppeld – Renée als maatje, Sevin als nieuwkomer. Wat begon met een voorzichtig contact, groeide uit tot een bijzondere vriendschap. “Renée voelt voor mij als familie,” zegt Sevin met een glimlach.
Drie jaar geleden kwam Sevin naar Nederland. Inmiddels woont ze al twee jaar in Eindhoven, zonder directe familie om zich heen. “Ik ben alleen naar Nederland gekomen. Mijn ouders en twee broers zijn nog in Syrië, mijn andere twee broers in Turkije. Ik heb ze al vijf jaar niet gezien. We bellen elke dag, maar ernaartoe gaan is niet veilig - en het kan nog niet vanwege mijn paspoort. Er wonen wel wat andere familieleden in de buurt, maar toch ben je alleen.” Juist dan zijn fijne, stabiele contacten in Nederland extra waardevol. En Renée wilde wel zo’n contact zijn. “Het leek mij mooi om iemand te kunnen helpen, om warmte te geven. Ik ken Eindhoven goed, dus ik kan van alles laten zien en helpen om de stad te leren kennen. Een vriendinnetje had ook eerder zoiets gedaan, dus ik wist dat het bestond. En toen dacht ik: waarom niet?”

Renée besloot zich aan te melden voor het vluchtelingenmentorproject van Trudo. Toen Trudo een jaar geleden dacht een goede match te hebben gevonden op basis van interesses en leeftijd, namen ze contact met haar op. “We dronken koffie bij Sevin thuis, samen met iemand van Trudo,” vertelt Renée terwijl ze Sevin aankijkt. “Ik vond jou meteen heel lief, rustig en zorgzaam. Je had zo goed gezorgd. Heel veel verschillende koekjes, mooi op een schoteltje!” Toch was het in het begin ook wat onwennig. Sevin legt uit: “Ik wist nog niet precies hoe ik bepaalde dingen moest zeggen, dat maakte het spannend.” Ondanks de taalbarrière spraken ze vanaf het begin alleen maar Nederlands. “Begrepen we elkaar niet,” zegt Renée, “dan gebruikten we gewoon Google Translate.”
Wat begon met een kopje koffie, groeide uit tot een hechte band. In de beginperiode spraken Renée en Sevin elkaar wekelijks, inmiddels zien ze elkaar om de twee à drie weken. Soms is het een uurtje na werk, gewoon even samen koffiedrinken. Andere keren koken ze samen, pakken ze praktische dingen aan en in november hebben ze ook samen Glow gelopen. “We kunnen echt alle kanten op in onze afspraakjes,” zegt Renée. “Soms zitten we een uur te praten over make-up, en op andere momenten stellen we samen een cv op of help ik Sevin met haar belastingaangifte.” Ook delen ze de liefde voor eten. “Een van de momenten die me echt is bijgebleven, is picknicken in het park,” herinnert Renée zich. “Jij nam zonnebloempitten en hibiscussap mee en legde me uit hoe je dat eet. Dat vond ik zó leuk.” Sevin glimlacht: “Dat vond ik ook een leuk moment! Sowieso als we samen koken of uiteten gaan, zoals bij het Syrische restaurant op de Kruisstraat.”

Gaandeweg ontdekken ze dat ze niet alleen gezellig samen dingen kunnen doen, maar ook goed kunnen praten. Hun gesprekken gaan over van alles. Soms luchtig, soms persoonlijk. “Door Sevin leer ik anders kijken naar de Nederlandse cultuur,” vertelt Renée. “Dingen die voor mij vanzelfsprekend zijn, maar voor haar niet. Zoals je schoenen aanhouden bij iemand thuis, of waarom we eigenlijk een ooievaar ophangen als er een baby wordt geboren. Dat soort kleine dingen leiden tot mooie gesprekken over gewoontes en cultuur.”
Maar het blijft niet bij cultuur alleen. “We praten ook over daten en verliefdheid,” zegt Renée. “Als een van ons iemand heeft ontmoet, delen we dat met elkaar. Dan beseffen we dat het voor mij als Nederlandse vrouw heel anders is dan voor Sevin als Koerdische vrouw. En dat leidt vaak tot mooie gesprekken over de toekomst, kinderen krijgen en de zoektocht naar een partner.”
Renée en Sevin willen elkaar ook in de toekomst blijven zien. Sevin zegt: “Ik hoop dat we altijd blijven afspreken. Het lijkt me geweldig om samen met Renée naar het buitenland te gaan, om te zien hoe ieder van ons vakantie viert. Misschien kan ik je ooit meenemen naar Syrië, als ik daar weer naartoe kan.” Renée vult aan: “Ik vind het fijn om deel uit te blijven maken van Sevins leven. Zo gaan we binnenkort nog eten bij haar vriendin. En natuurlijk vieren we het als ze haar staatsexamen Nederlands op B1-niveau haalt. Een belangrijk moment!”
Of Renée het zou aanraden om maatje te zijn van een nieuwkomer? “Zeker. Het kost weinig moeite, maar het levert zoveel op. We zijn altijd blij om elkaar te zien, en je leert echt veel. Over een andere cultuur, over jezelf. Zelfs als je het maar een paar maanden probeert om te kijken of het klikt, kan het uitgroeien tot iets heel waardevols. Ik zie eigenlijk geen reden om het níét te doen.”